Functie



Je m’en fous!
Het verkrijgen van celluloid en bakeliet. Een bal van kurk en paardenhaar. Je m’en fous! En zij rent de racende paarden tegemoet. Voor het stemrecht voor vrouwen. Zou mijn eerste sms zijn; ‘hoi hoe is het met je?’ Mijn telefoon gaat soms dagen niet, maar mensen waren altijd al leuk. Kom, ga met me mee, naar daar in de heuvels en de velden, er is een houten opstapje en langs het bankje een pad waar Maria huist in een nis in de rots en de boswachter woonde, daar is ook een lantaarn. Het is bijna zonsondergang en wij gaan nog boodschappen doen.
In mijn oranje curdoroy jas met zakken zit mijn pinpas in een portemoneetje ik heb dan nog een samsung met antenne. Ik neem er geen oplader voor mee. Verschillende mp3 spelers met muziek waar ik niet voor betaal. Het internet kwam over als ‘niet serieus te nemen’, haalde vanalles doorelkaar. Wat ik zelfs als jongere wist. Een kastanjeblad, de stervormige, of een eikenblad met die leuke ronde hobbels, kon zomaar een cartoon zijn. Op bergschoenen struinen we over het zandpad, van de rand is nu een dorp zichtbaar. We praten en lachen en eten nootjes.
In Amsterdam winkelde ik meestal in één winkel, bij een Engelsman. Er stond fijne klassieke muziek op uit een stereo. Ik keek altijd naar kleren. Het zwempak waarvan hij zei: ‘met een witte badmuts erbij op zie je eruit als een pint of Guinnes’, dat heb ik nog steeds. Hij was er altijd, één keer was hij op zijn hoofd geslagen. Zijn stem is prachtig. Sommige T-splitsingen in de heuvels zijn om op te letten of je door het dal of door de heuvels wil. Een kleiner pad gaat meestel omhoog. We praten over familie en kijken elkaar aan, alsof ze niet bestaan! Maar we weten het wel dat ze in goede handen zijn. Ik stuur een mail: ‘gelukkig dat ze jullie hebben’. Waarom ik het in een mail schrijf… En ik huil vaak als ik de krant lees.
De shetlanders willen ook graag een stalletje. De witte schimmel heb ik al lang niet meer gezien. De boerenknollen hebben echt veel ruimte! Kijken in de verte. Soms staan er Lakenvelders bij, die erg probleemloos zouden zijn. We zien ze van boven, en de weg maakt een bocht waar we dan langs een begraafplaats komen, met het kerkje vlakbij. We passeren het van de zijkant. Binnen is er wat licht, staan er houten banken en zijn er vervallen muurschilderingen van Jezus die zijn kruis draagt. Bij het altaar zijn ook engelen. We knielen niet, kijken niet naar het weiwater, zitten gewoon eventjes. Het is beter om weer door te lopen en een café op te zoeken. Waar alles van hout is, met pindaschillen op de grond, de tafeltjes bijeen en de mensen over hun stoel naar de andere tafel hellen. Heen en weer. Ik zou het liefst ook roken, maar we zijn al mooi.
De mensen zeggen dat we de Chinese tuin moeten bezoeken. In onze slaapkamer die op de eerste verdieping is kijken we de omlaaglopende weg in en de rest van het dorp. In het nachtkastje ligt geen bijbel. Maar het is niet leeg. Er zit mooi gebloemd papier in, kastpapier. In de Chinese tuin vraag je me: wat ik doe, en ik weet niet wat ik moet zeggen. Uiteindelijk zeg ik dat ik leuke dingen doe ofzo. Ik stel mezelf voor dat ik typiste ben, gegevens invoeren, verwerken op kantooruren. Een man legt een stapel dossiers op mijn bureau en ik haal eruit wat op mijn opstel komt en klets af en toe met collega’s. Mannen en vrouwen. We praten dan over wie we mee in de auto willen nemen, waar we dan naar toe rijden, wat we dan als eerst willen eten, en welke gekken we langs de weg laten staan omdat ze tè bezig zijn met iets. Later als we het desbetreffende standbeeld tegenkomen zien we waarom. Ik praat erover met collega’s en dan kletsen we over sport en filmsterren. Mijn opstellen komen op tijd af, en ook mijn collega’s doen het goed. Er is een gezamenlijk moment om de maand af te sluiten en niemand is bezig met risico.
De Chinese tuin heeft een parade voor de tempel. Daar lopen we over. Vlak voor de tempel bedenk ik me dat niks hetzelfde is, waar ik dankbaar voor ben. Ik gooi mijn hoofd naar achteren en lach.
Plaats een reactie