Someone’s work

Selfie

De familie stelt zich open voor de bezoeker. De kaarten liggen op groen beklede tafeltjes en iemand speelt piano. Er is een reis afgelegd. Er is een reis afgelegd en er is een aankomst, vind ik. Die aankomst is publiek en loopt gepaard met verwachtingen. Ik denk ‘goh’ ik ben hier al lang niet meer geweest. Ik zou wat vaker op pad moeten gaan. Ik kijk een soort van om me heen en zie overal wel herkenningspunten, sjj… zegt Cate Blanchett vanaf de muur. ‘Si, non, oui i care i see you’… Het is nog steeds allemaal publiek, ik pauzeer even bij een hoekje met wat water om de weg in mijn telefoon te zoeken. Twee mannen staan en zitten er ook en zij doen ook even niks. De winkels zijn leeg, en mensen hebben sleutels ze te openen. Dat is dan hun zaak. Gelukkig voel ik me goed en laat me verassen door wat broodjes die uitgestald zijn. Zit in m’n tas. Het is heel raar, maar iemand zou hier gewoon ongemerkt doorheen kunnen lopen. Daar ligt mijn handschoen weer zie ik nu ik terugloop. Haar fantastische bol-tas met knop, bekleed met stroken glimmend materiaal in verschillende goud tinten en bovenop de knop. Ze droeg hem aan een hengsel. We stapten tegelijk in, en ik dacht al dat ze daar zou gaan zitten. Ze heeft haar jas of bodywarmer half open geritst en trekt met haar linkerhand de kraag wat bij elkaar. Mijn jaszak staat open door de handschoen. Mijn leren broek is lekker warm en ik beweeg wat op het perron. Alles staat mooi aangegeven op de schermen en ik vind het allemaal lekker voorspoedig. De kinderen gedragen zich voorspoedig, het personeel is aanspreekbaar, het is opgeruimd.

Ik vind selfies van mensen interessant en ik vind het zelfs nodig dat mensen elkaar en zichzelf fotograferen. ‘Living in the moment’ en dan wel spelletjes doen op je telefoon. Afgekeurd. Maar gezichten zijn mooi. Gedachten zijn wellicht nog beter. Eens zag ik het licht worden en de contouren van het gezicht van een andere vrouw werden steeds zichtbaarder. ‘Wat grappig’ zei ik, ‘dat ik u nu zo zie’. Het uitwaaien in een voertuig gaat me voor de wind, iedereen lacht naar mij en ik ook soms. Dat is nou zo kut. Dat ik het echt niet kan opbrengen. Het is denk ik een verhaal, dat van het standbeeld op de foto hierboven. Wat ik denk erbij is wel omdat ik bij het beeld was en dus is het misschien om over na te denken. Gedachten zijn wellicht nog beter, hoe kan ik zoiets bedenken? Dat een zwarte vrouw daar gaat zitten, en ze dat ook doet. En misschien heeft ze geen seconde gezeten. Ik voer weleens gesprekken in de trein, ze vertelde me dat ze ook voor haar werk met de trein moest, net als voor haar dochter, en dat ze toch een woning zocht in de stad waar ze werkte, maar het was daar te duur. Al heel lang bij dezelfde werkgever. Ze zou liever de bus nog nemen, dan zou ze haar dochter een autorit op en neer besparen en ze waren nu toch allemaal aan het eten. Ik bied u een drankje aan in het café wanneer u moet wachten. ‘hoe laat gaat de bus’? vroeg ze. Met grote passen renden we door de stationshal die een klok heeft, en ik weet niet waarom, want het was erg krap, en toen zei ze ‘ga maar’ en dat deed ik toen. Het begon donker te worden en ik was vol energie.

Plaats een reactie

Reacties

Plaats een reactie