
Het was half acht wanneer ze elkaar zouden ontmoetten. Ze hadden afgesproken, en het was vervelend, omdat het zou betekenen dat er niets, echt niets, van haar was en ze moest toegeven dat ze ongelijk had. En ze zuchtte. In de kamer was het het licht van midden op de dag. Ze kon ook niet weten wat die vlieg op de bloemen dacht. En zo praatte ze zichzelf moed in. Ze kneep in haar hand om vervolgens weer te gaan zitten in haar gepeins. Ze had iets niet gewild. Er was iets, er moest iets zijn waarom dat zo was. Het zou de plek kunnen zijn. Wilde ze eigenlijk wel die weg ernaar toe bewandelen? Was het dat ze dan de kiosk moest passeren waar altijd mensen haar iets probeerde aan te prijzen en zij met onmiddelijkheid meestal genoeg tijd nam. Deze mannen duldden elkaar, maar zij winnen voorbijgangers als ze dingen zeggen als ‘dit is de eerste’ of ‘dit is de beste manier’ om een fles te openen en dan halen ze de volgende voorbijganger aan met hetzelfde praatje wat nog evenzo leuk is. Ik houd het meest van pilav – met kip – kikkererwten en ketchup. Ik kom de kar altijd tegen. In de tram staat iedereen opeen gepakt. Mannen in donkere pakken ruiken naar zweet van het vele dragen. Daarom stinkt het niet. Met de tram ga je over de brug, en ik loop liever langs de vele hengels en mannen met regenjassen aan. Dat was het dus allemaal niet wat haar dwarszat. Ze probeerde hem voor de geest te halen en ze keek langs zijn linkeroog naar het topje van zijn oor en de korte haren daarboven. Hij zou dan iets zeggen als ‘je bent er’, maar ze wilde dat hij zei: ‘we gaan eindelijk erop uit’. De zon was uit de kamer gegaan en het werd nu wat donker en kil. Het leek alsof de boomtoppen een dramatisch schaduwspel uitspeelden waarbij het zelf vernietigd werd door een vreemd soort overlapping. Telkens weer kwam dat ene blaadje in de hoek direct gevolgd door een ander die eerst vergrootte en dan langzaam verkleinde en ik nog wel wist dat de takken nergens in wedijverden. Maar dat blaadje leek een buitenzinnig kunstenaar!
Murdoch zegt dat we betere mensen kunnen worden omdat we kunnen leren. In sommige gevallen is dat aan of afleren door conditionering -hier betrekken we ook de wereld van dieren en objecten toe – deze manier heeft te maken met de uitkomst.
Ze merkte dat ze verschrikkelijk moe was toen ze opstond en ze bedacht of ze nog wat zou eten nu of wat ze zou koken. Toen ze door de gang heenliep die in het midden van het huis was en dus geen ramen had bekeek ze zichzelf in de spiegel. Vele vroegere films hadden ogen als onderwerp. Er was er één hele verschrikkelijke zwart-wit die zij vrouwvriendelijk vond. Alsof ze van hun vloeibare vorm werden onthouden (omdat mannen er bang voor waren) en veel later (om te voorkomen dat) hùn ogen knopen zouden worden! Ze had zulk een ogen, die als enige voordeel hadden dat ze groot konden worden en zij daarmee door het leven kon. Wanneer deze ogen groot werden, werden zij angstaanjagend voor anderen. Dat drukten anderen dan gauw weg. Ze kon nu niet beginnen over Brutus. Ze moest bedenken wat ze aan ging trekken.
Wat ze toen koos had een volheid en haar woorden waren zo scherp alsof er een luikje was open gegaan. De vreemdste redeneringen maakte vat op haar en ze had energie om erin te duiken. Nu liet ze zichzelf voortslepen op de beelden, maar ze had wel gevoelens die zich aandienden. Een paar weken terug leek er een pinball balletje van linksboven in haar hoofd recht naar beneden te zijn gevallen of omhoog. Het was niet in haar vermogen het in te schatten, het was niet iets wat haar direct in gevaar bracht. Want, wist ze, dan dient het zich aan. Nu gingen zij elkaar ontmoetten. En hadden zij verschillende ideeën. Ze wilde dat hij zag hoe raar de wereld op haar reageerde. En hieruit: dat ze of telkens wenselijk moest doen of om bescherming vroeg. Toch liep ze niet zo gemakkelijk over… zij bedoelde dat het uitmaakt dat hij er is. Dat het telkens de vraag is die ingevuld moet worden. Hij neemt niet mijn touwtjes, hij krijgt vrouwtjes, en ik praat gewoon door dat zou het beste zijn.
Geef een reactie