Blog

  • Arrêt! Son teint

    Het was bijna acht uur nadat ze had gegeten. Nu had ze voor zich een kop koffie. Ze had haar haar gewassen en het warme weer deed haar aan de Italiaanse camping denken. Nog even en dan zou ze het zoutvaatje bijvullen met korrels van de Himalaya. Het zat in een plastic tas met een blauwgeel logo. Iemand zei haar; ‘een hoek van de kamer in het mooiste licht brengt parels voort’. Ze vond alles gewoon. Geloofde ook in magie, in die zin. De volgende dag was er een smiley op haar raam getekend. Het ging er gelukkig gemakkelijk af. Ze vond niet dat ze de hele tijd moest glimlachen, maar buiten was het een goede manier om er lekker in te zitten. Het was nu de dag dat ze haar drinken op het aanrecht had laten staan. Ik zeg haar: ‘zouden we daar iets te eten halen, ga ik even liggen, haalt hij op de fiets eten!’ ‘De eikel! Ik had iets in gedachten.’ Uiteindelijk hebben we flink gegeten. De eerste tent had een prachtige vaas met bloemen op de wand geschilderd waar hij een selfie maakte met zonnebril. Daarna had ik twee van die zoutige melkdrankjes.

    Thuis keek ze naar haar eten en had spijt dat ze het ooit had gekocht. Ik had verf gekocht en de streepjescode mocht niet schadelijk zijn. Stel je voor dat hiermee, met dat nummer 8 7 4 6 0 0 …. het moet voor niemand die ik ken gevolgen hebben. Ik liet ook mijn water staan. Totdat dat niet meer ging. Ze verteld me dat ze een foto kreeg van een parel. In haar brievenbus. Stond er iets op? Zei ik. Nee. zei ze. Maar op de muur was een kubus getekend. Ik denk dat het van een man is, zei ik.

    Mannelijk psychiatrische patiënten kunnen gewoon kinderen maken. Er is geen gesprek voor nodig of te onderhouden. Met coïtus en of medicatie komen ze een heel eind.

    Ik had mijn middelvinger in de lucht opgestoken. Het was echt een ramp. Ik zei ook nog wat. Ik vind zelf dat ik briljante dingen zei, ik kwam op de mooiste vindingen waar ik zelf om kon lachen en die toch soms ook ernstig waren. Ik stond vroeg op en had dan een langzame ochtend waarin ik soms wel hardliep. En als ik boodschappen ging doen, dan was dat de bezigheid van mijn gedachten. Soms zag ik dan dingen en wist ik hoe ik het zou klaarmaken. En soms zag ik oude vrouwen met een doosje eieren. Wel die met goed eten en die met een bruine schil.

    Mannen vragen aan mij:
    – hoe oud ik ben
    – wat mijn niveau is
    – hoe/waar ik woon

    Sommige mannen zeggen touché, en sommige mannen eten niet. Het is verschrikkelijk irritant want ze bepalen ‘het zelf’. De controle is de kick, al geloof ik dat dat verwrongen is. Maar gender is niet alleen een performance waar verwachtingen en opvoeding in zitten gerelateerd aan seksediffrentieërend materiaal. De behandeling is levendig anders en wij zouden door de mand vallen als wij zouden zeggen dat er verschil zit in de moraal…

  • Arrêt, son teint

    I

    Of je hem leuk vind of zo. Ze wilde weten wat er in die brief stond.
    En toen zei ze van niet. Die hebben van het huichel gedronken,
    zonder er iets aan te doen, wat ook maar helpt had ik geschonken
    in bijziendheid. Soms zijn mijn motjes zo tegendraads’s mond.

    Het is u om het even lijkt het wel, nou dat zal u wel gevallen zijn,
    waar het niet dat ook ik iets weet. Nee, niet zoiets noodzakelijks.
    Gewoon, dat ijs eten helpt enzo, maar u verzet niets jammerlijks.
    Wij hadden dan net zo goed, en ik zou het voor u doen als ’t ware mijn.

    Ik stel mij voor, een warme zomermiddag en een veld met een boord.
    Een ferme rij eikebomen en aan weerskanten ingepakte balen,
    maar wij doen alsof we helemaal zijn komen lopen om in te halen.

    Ja, om in te halen. Dat maakt het gewoon allemaal wat makkelijker,
    voor jou ook, althans dat zou het moeten zijn, maar jij doet weerbarstig malen,
    Wat er in die brief staat weet je nooit! Ik ben het die wil dat jij gaat stralen!

  • Arrêt! Son teint

    Lege ruimtes

    Het kan zowel onder als boven, die rand. Om mee te beginnen gaat die er wel zijn. Vroeger noemden we het luchtbellenweer, alsof de aarde omsloten was in een bel waarvan we de beperking konden voelen.

    Er zijn mensen die denken dat ook de natuur ontworpen is. Een bepaalde meetfrequentie heeft. Wanneer ik dat ook denk, laat ik de schoonheid grotendeels achterwege. Het dwingende kan akelig zijn. Het hondje duikt telkens prikkelplanten in. Van die donkergroene hulst-achtige struiken. Ik denk na over mijn oorsprong anders dan Piaget, die meent alles aangeleerd te worden in een samenwerking tussen opvoeding en omgeving. Hij zou zeggen dat je het de hond kan afleren. Maar hoe weet ik wat mijn omgeving is? Veel vrouwennamen hebben bloemennamen, anderen zijn opzichzelfstaand. Maar dat bedoel ik niet helemaal…

    Het dwingende van genen zoals totale familie’s ‘het aardigheidsgen’ kunnen hebben, waarom denken we daaraan? Engelsen zijn toch alleraardigst? Ik stond altijd verbaasd hoeveel rijst die kleine Chinezen eten. Maar hun dag is lang. We houden allemaal van Tartagnan. En ik dacht zó veel, maar ik dacht toen echt niet dat… Het maakt wel uit wat we in ons uiterlijk leven doen (Murdoch).

    Er is een voorstelling geweest die ik heb gezien Mama Dada (2025) over Elsa von Freytag-Loringhoven en onder andere de pisbak. Zij hoort in de kunst omdat alleen een kunstenaar op die manier groots kan omarmen.

    Wees gevreesd -Body Sweats (Elsa von Freytag-Loringhoven)

    Maar het is twijfelachtig….

    Het maakt dat ik denk dat ik iets verkeerd doe…

  • Arrêt! Son teinte

    • ‘Vlieg met me mee naar de regenboog regenboog ik hou alleen van jou!’
    • De ouderen hier lachen hier altijd, op folders met een witte achtergrond zodat het grijze haar straalt van witheid. Een paarse gloed is ook heel elegant en sommigen hebben mooi haar.
  • Arrêt! Son teint

    Drie stappen, tuft! Zeg niks.

    Wat ik jou wil maken, zeg niks, en sommigen doen het wèl. Ik had iets moeten zeggen, maar ik was te laat. Dat is zo’n zwaktepunt waar niemand over gaat. Kon ik het weten? Gelukkig zijn sommigen altijd te laat en over tijd gesproken altijd te laat! Hahaha. Kon ik het weten, grow-up mensen leven in armoede. Jij hebt iemand aan de lijn — en hij zou het moeten doen.
    * Patiënt één heeft gekotst.
    * Ik wil even laten weten dat patiënt één heeft gekotst

    We maken er maar van; ‘ik wil even laten weten aan u, dat patiënt één zojuist heeft gekotst’.

    Hij heeft gekotst omdat zijn organen ziek zijn. Omdat hij ziek, zij ziek is van hoe we leven en volwassenen stil staan in de speeltuin. We moeten eraan denken dat deze huizen zijn verlaten. Ze liggen denk ik aan de zwarte zee, kan het niet om een vloedgolf liggen. Ik zei net nog; het zand is hier als stuif stof, het is poreus. Al het gewicht en het bouwen. En we doen een beetje yoga op het strand. Na de voorstelling ga je wéér zitten omdat de stoep zogenaamd te ingewikkeld is omdat niemand ècht wil omdat je alleen naar huis wilt gaan en dan je voorsteld na dat ene wijntje uit de deur een andere kant op kan stappen om thuis weer te denken, even de app checken of ik nog iets moet weten voor m’n werk morgen.

    Ik zag een lammetje, op 7 maart. Buiten op het gras. Een schaap-baby riep ik. ‘Nee, het is ons plan!’ ‘En nou maak jij ervan…’ en nee ik bedoel niet dat ik blij ben dat ik niet twee keer moet fietsen, het is ingewikkeld deze, want doen we onze oefeningen?
    ” I push my seed in her push for life, it’s gonna work because I’m pushin it right, if Mary drops my babygirl tonight, I would name her rock N roll” -The Roots

    Hij wordt beschermheilige van de stad en beland op het laagste punt, ik denk dat ze oefeningen doen. Maar, zo werkt het niet. De kardinalen en de paus met Indianentooi staan open dat de rook ingezogen wordt en de holle kies passeert. ‘En toen deed ze ook nog dit en …’ hoor ik hier praten, en toen wist hij wat hij moest doen. En brak een takje.

  • Arrêt! Son teint

    Zo gelopen

    Zij had geen tijd te kniezen. Op iets wat eruit zag als een fietspad, stond ze naast een hooibaal. Ze keek achter zich en voor zich, en snapte er niks van. Moest toen denken aan de keer dat ze langs raceauto’s fietste. Van die lage met zo’n punt. De mannen in pak maakten zich klaar. Het was absurd. De weg was afgezet met borden. Tussen de boerderijen bleef het toch absurd. Nu stond ze daar weer waar auto’s scheurden over een parcours. Ik keek voor me, streek langs de hooibaal af, lopend, niet ver van de doorgaande weg en vlakbij de stad. Dat zoiets mogelijk is! Even verderop loopt een waterval onder de weg door. Je kunt het wel volgen, een kruik bestond niet in Venetië. Ze kregen het niet bedacht, in ieder huis was een vierkant luik in de grond om zo uit te komen op de donkere gangen. Van bovenaf bekeken was het een soort bak van verkoeling. Het water stond stil en soms gleden er gondels voorbij. Je kon daar een emmer laten vieren en kijken wanneer er iemand iets in gooide. Het was toch allemaal gebruikelijk, zoëeven riep de buurvrouw nog dat ze weer zou gaan klaverjassen. Lopend, dat wel.

    Song I

    Trash trash in your life,
    trash trash oh! what a surprise..
    Train all for a kiss kiss,
    And the stage is his!

    Trash trash in your life,
    I need GEL for my stride,
    Right here right now, wow!
    Trash trash the bee-hive.

    Trash trash in your life,
    Smack a kiss kiss for every uprise
    Lashes her bashes semi-wise
    Reply to ensure a hard-on jive.

    Trash trash in your life,
    Who would pardon me ride?
    Trash trash in your life
    Trash trash man-kind.

    Trash trash in your life,
    Man and horse stay doors!
    Trash trash in your life,
    Trash trash oh! what a surprise.

    Song II

    Oooh pass me over, your red coloured shoulder,
    In vain! I’ve got four and five and extra folder.
    Laid plain…. so vain… t’win I’m kin.

    In your hand.. your hand… behind your back,
    A written clover, it is over, it is over….
    Laid plain… bloodshame… every.. glowing stack.

    Printed plastic… oh so. Magic.
    A rectangled. table. near it’s look-lick
    The ‘four houndred stocks chick’.

    Whenever you’re on the file
    Spill you’re saliva on a smile
    Thrust your head back in guile
    Hover your hands a while
    And then swing open tiny-mile.


    Printed plastic…oh so. Magic.
    At the shore. of Lido. near it’s lavetoric
    It was passed on for more kicks’

    Laid plain…. so vain…. pale tame,
    My wild blue yonder…



  • Arrêt! Son teint

    Mais

    In een huurauto met zes ramen en vier en een halve deur flitsen we als een zilverkleurig stipje, degeen die op ons neerkijkt en de radio spreekt: ‘mais, mais, maz’. Jaaa! 1+1 is altijd meer! En ik kijk naar een koppel en het zegt; je kijkt verkeerd. Zijn haren staan rechtomhoog alsof hij een of andere shock heeft gehad en haar haren zijn keurig gekapt en geverfd. Ze zijn geen klap ouder geworden. Ze moeten wèg zeg ik en ik sluit de muizen onder een klem. Heel veel kikkers voor een paar weken, één slang en één gekko en een aap.

    In de dierentuin om 2 uur ‘smiddags liep Miepje met haar strik onder het poortje door
    Gevormd door honderd overhellende struiken en wat gaas. Met haar en al nam de aap
    het in zijn linkerhand. Expres. Ik dacht nog ik had gewoon niet weg moeten gaan,
    de telefoon laten gaan, méér willen door mijn deur en ik deed het gewoon uit gewenning.
    Met een paar stappen op de betegelde vloer. Plaatsvervangende schaamte zo gewoon
    eet hij mijn jam in mijn kast met zijn handje, zo ook de chips uit de zak. Wat doe ik eigenlijk?

    Ik zei door de gang; ik ben van de Black Lives Matter,
    Mijn vriend zei: ‘All lives matter’
    En ik zei: ‘precisely therefor Black Lives Matter’
    En ik ben nog steeds blij dat ik dat zei. En dat hij dat zei.

    Of ik wel iets kan doen, even, zeg maar het was om kwart voor zeven… Precies. Zwarte mensen ruiken eigenlijk vrijwel altijd lekker. Hun huid echt letterlijk. Verjaard goed. Alleen de ogen heb ik soms of geel of rood gezien, misschien vaker dan bij witte mensen. In de zon verkopen de jongens zonnebrillen en gekleurde mannetjes van ballonnen gevuld met bloem. Sommigen lopen met een koelbox. Ze dragen broek, shirt en zonnebril. Ze drinken niet, ze roken niet of een beetje. Ze zitten op muurtjes langs trappen en ze praten weinig. Ik kreeg zo’n mannetje en ik kreeg een zonnebril.

    Mannen zeggen me: ‘goed bezig!’ en dan ga ik maar door ofzo. Ik denk dat ze bovenstaande foto ook erg interessant vinden. Of ze breken dan met hun zonnepanelen om forever opmerkingen te kunnen maken over mijn muts. Ja ja ik specificeer méér zwarte mannen, meer zwarte mannen. ‘Als ze klein zijn zien ze er nog zo schattig uit’ zei mijn moeder tegen mij. ‘Het is niet waar! Zoveel onterechte zwarte doden in gevangenis’!

  • Someone’s work,

    Kopjes

    Zwerend praat je langs het aangeslagen mos op hekken,
    warme druppels over je tenen, die één worden als vlies,
    Glooiende heuvels troosten zestig yaks van hun kale bergen,
    Nee schudde je, en daar wankelde ze.

    Mollig en zacht vormde de wolken een donkere speer,
    met kringen in haar ogen, met kringen in haar ogen.
    De wolken in haar ogen telkens op dezelfde plek.
    Geeft niet dat onzuivere zever zoet is als het mos.

    Dat als stof je hersens zeult met dertien zeugen,
    Neem afstand van de zwaar beklede trap. Zocht het blauw
    van Shakespeare, frambozen toppen
    Met het takje er nog aan zonder het in brand te steken.

    Alsof het dan krult. Zijn zwarte krullen recht op recht.
    En zij keek halfhoog omhoog. En zij half omlaag om in een halve
    stap te stoppen. Ik heb iets geschrokt, van dat alles,
    is er; dat ik tegenkom.

  • Someone’s work

    Love don’t cost a thing

    ‘Nog twee minuten’! Eerste vijf kopjes beneden, vier erboven op uitgestald zijn de citroenen en de watermeloenen het mooist. Één stuk, 1 lira. ‘Wist je dat die mensen er alleen zijn?’ ‘Op dat feest?’ ‘Ja, zei ik’. ‘Mooi’ zei mijn partner, ‘ik wil dat je m’n tas aangeeft’. Op het moment dat ik dat doe, ik pak hem van de achterbank, zo’n slappe stoffen rugzak, valt mijn haar half voor mijn gezicht en denk ik even aan de donkere trap achter het altaartje die naar beneden ging. Uit zijn tas haalt hij wat hij nodig heeft en wat hij mij wil laten zien.

    Als ik dan straks klaar ben, lijk ik op Maradonna? Als ik dan straks klaar ben val ik niet dood neer. “Zo iemand als wij twee hebben jullie nog nooit gezien!” “Mevrouw, mag ik wat vragen? Ja. Ik heb een youtube kanaal en ik wil graag meer kijkers.” “Komt vast goed! zei ik.” Weten zijn ouders eigenlijk wel dat hij met weinig kleren daarop staat? Wat jij wil, wil ik ook. Het maakt niet uit wat je van me wilt, ik sta altijd aan je zijde.

    Wat hij mij laat zien zijn zijn sleutels. En dan wil hij een kus. Mijn kleding zit me in de weg. Voor mijn sleutels zit een meldplicht. Ik ben direct doorgegaan schiet er door mijn hoofd. Hij zag mijn sleutels al. Achteraf ben ik blij dat hij zei dat van die mensen; ‘er alleen zijn op het feest.’ Nee het is niet dat ze ‘van alleen’ zijn. ‘De anderen’ helpen me bij mijn voorzienigheden. Die zijn talrijk. Een Chinees is heel goed in oppakken wanneer ik iets duidelijk probeer te maken. Ze had een tas met: ‘ik zit boordevol goede ideeën’ dat is zo. Dus stapte ik op haar af.

    “Pull me up by the roots of my hair into the rosy atmosphere” Cocorosie. ‘Ik.’ ‘Twee droge witte wijn en een cola’. ‘Super. Bedankt.’ Ja. Ja. Het is absurd wanneer je bedenkt dat genitale plekken overmatig gecommuniceerd worden als zijnde communicerende seksuele interesse. Omdat seksuele interesse’s een nieuwsgierigheid hebben. Dat de kick van voorspelbaarheidsschaamte of ‘ik doe iets wat niet mag’ op een lijf word gemanifesteerd is kortzichtig.

  • Someone’s work

    Selfie

    De familie stelt zich open voor de bezoeker. De kaarten liggen op groen beklede tafeltjes en iemand speelt piano. Er is een reis afgelegd. Er is een reis afgelegd en er is een aankomst, vind ik. Die aankomst is publiek en loopt gepaard met verwachtingen. Ik denk ‘goh’ ik ben hier al lang niet meer geweest. Ik zou wat vaker op pad moeten gaan. Ik kijk een soort van om me heen en zie overal wel herkenningspunten, sjj… zegt Cate Blanchett vanaf de muur. ‘Si, non, oui i care i see you’… Het is nog steeds allemaal publiek, ik pauzeer even bij een hoekje met wat water om de weg in mijn telefoon te zoeken. Twee mannen staan en zitten er ook en zij doen ook even niks. De winkels zijn leeg, en mensen hebben sleutels ze te openen. Dat is dan hun zaak. Gelukkig voel ik me goed en laat me verassen door wat broodjes die uitgestald zijn. Zit in m’n tas. Het is heel raar, maar iemand zou hier gewoon ongemerkt doorheen kunnen lopen. Daar ligt mijn handschoen weer zie ik nu ik terugloop. Haar fantastische bol-tas met knop, bekleed met stroken glimmend materiaal in verschillende goud tinten en bovenop de knop. Ze droeg hem aan een hengsel. We stapten tegelijk in, en ik dacht al dat ze daar zou gaan zitten. Ze heeft haar jas of bodywarmer half open geritst en trekt met haar linkerhand de kraag wat bij elkaar. Mijn jaszak staat open door de handschoen. Mijn leren broek is lekker warm en ik beweeg wat op het perron. Alles staat mooi aangegeven op de schermen en ik vind het allemaal lekker voorspoedig. De kinderen gedragen zich voorspoedig, het personeel is aanspreekbaar, het is opgeruimd.

    Ik vind selfies van mensen interessant en ik vind het zelfs nodig dat mensen elkaar en zichzelf fotograferen. ‘Living in the moment’ en dan wel spelletjes doen op je telefoon. Afgekeurd. Maar gezichten zijn mooi. Gedachten zijn wellicht nog beter. Eens zag ik het licht worden en de contouren van het gezicht van een andere vrouw werden steeds zichtbaarder. ‘Wat grappig’ zei ik, ‘dat ik u nu zo zie’. Het uitwaaien in een voertuig gaat me voor de wind, iedereen lacht naar mij en ik ook soms. Dat is nou zo kut. Dat ik het echt niet kan opbrengen. Het is denk ik een verhaal, dat van het standbeeld op de foto hierboven. Wat ik denk erbij is wel omdat ik bij het beeld was en dus is het misschien om over na te denken. Gedachten zijn wellicht nog beter, hoe kan ik zoiets bedenken? Dat een zwarte vrouw daar gaat zitten, en ze dat ook doet. En misschien heeft ze geen seconde gezeten. Ik voer weleens gesprekken in de trein, ze vertelde me dat ze ook voor haar werk met de trein moest, net als voor haar dochter, en dat ze toch een woning zocht in de stad waar ze werkte, maar het was daar te duur. Al heel lang bij dezelfde werkgever. Ze zou liever de bus nog nemen, dan zou ze haar dochter een autorit op en neer besparen en ze waren nu toch allemaal aan het eten. Ik bied u een drankje aan in het café wanneer u moet wachten. ‘hoe laat gaat de bus’? vroeg ze. Met grote passen renden we door de stationshal die een klok heeft, en ik weet niet waarom, want het was erg krap, en toen zei ze ‘ga maar’ en dat deed ik toen. Het begon donker te worden en ik was vol energie.

    Plaats een reactie